In ons appartementje kunnen we prima een kindje opvoeden. We hebben zelfs een extra kamertje. In m’n hoofd had ik deze al helemaal ingericht.

Nee, natuurlijk niet, was de reactie van mijn vriend. We gaan een huis kopen. Archibald moet opgroeien in een leuke wijk, in een huis, met een tuin (aan het water).

We zouden dus echt serieuze stappen gaan zetten! Een huis kopen doe je als je later groot bent en nu hadden we dat punt dus bereikt. Ik hoor het mijn docent nog zeggen: “En die lage hypotheekrentes van de laatste tijd…” Ja! Dacht ik! Dat klopt! Niet normaal hè? Echt, de perfecte tijd om te kopen. “…daar zijn jullie vast nog lang niet mee bezig”, vervolgde hij zijn zin. Nee natuurlijk, hij had gelijk. Ik was begonnen aan een masteropleiding. Normaal gesproken zit je nu drie of vier jaar op kamers, heb je je bacheloropleiding afgerond en ga je logischerwijs verder voor je master.

Natuurlijk had ik weleens op Funda gekeken. Droomde ik stiekem van dat mooie huis waar mijn toekomstige dwerggeitje lekker zou rondspringen in de tuin, waar ook mijn katten hun jacht op de veldmuis gewoon konden uitvoeren. Dat huis dat zou grenzen aan een perfect idyllisch slootje zoals je ze normaal alleen ziet in Zeeland of Drenthe, maar dan gewoon in Arnhem-Noord. Dat slootje waar je vanaf je steiger direct in je kajak stapt na een dag hard werken. Die ultieme rust en vrijheid daar, in dat huisje aan het water.

Terug naar de realiteit. We verhuizen natuurlijk naar een kindvriendelijke wijk, zoveel mogelijk autoluw, met voldoende speeltuintjes waar Archibald vrolijk kan rondbanjeren. Uiteraard krijgen we een keer ruzie met de buren, omdat onze kleine kater weer eens netjes zijn behoefte in de zandbak heeft begraven.

Onze tuin grenst aan een pleintje waar ook de tuintjes van Archibalds toekomstige vriendjes op uitkomen. Super praktisch! Zeker niet aan een sloot, want weet je hoe gevaarlijk dat is?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *