In Londen word je niet raar aangekeken wanneer je over straat loopt in een panty die gevormd wordt door zwarte kousen die bij je knieën overgaan in een kattenhoofd. In Nederland wel. De buschauffeur kijkt je niet aan bij binnenkomst, zijn blik daalt vlot tot de kattenkoppen.

In deze bus is het altijd warm. In de daaropvolgende trein is het niet alleen warm, maar zorgt het constante gehobbel over de rails voor een rustgevende vibe die je tot slapen brengt.

Ik ben slank. Ik kan een panty aan met kattenhoofdjes. Ik kan een kroeg in lopen, terwijl ik daarboven een leuk zwart rokje draag en een strak topje. Het zou goed staan. De winterkou maakt me wat bleek, maar een kop warme chocomelk of glühwein zou zorgen voor een gezonde gloed in m’n gezicht.

Maar ik ga de kroeg niet in. Samen met mijn kattenkopjes stap ik uit die warme trein. Ik pak het vliegtuig en zoek de zon op. Mijn missie om Zuidoost-Azië verder te onderzoeken zet ik voort. Maleisië, Vietnam, Sri Lanka en Indonesië heb ik gezien, dus mijn volgende bestemming wordt Thailand. Het land dat ik zo lang heb gemeden, ‘omdat iedereen er naartoe gaat’.

Ik zie de parelwitte stranden, ruik de Thaise keuken, hoor het geroezemoes van locals en de bekende strandmasseuse op de achtergrond: “You want massage? Not now, later, later.” Ik voel de oosterse warmte en geniet van het zeebriesje langs mijn gezicht.

Strand Azië

De afgelopen maand heb ik goed op mijn voedselinname gelet, dus mijn bikini zit als gegoten. Onder die ene palmboom, met die prachtige hangmat, plof ik neer. Uiteraard niet voordat ik mezelf heb verwend met het sap uit de kokosnoot. Natuurlijk drink ik die niet vanuit de hangmat, want dat is onhandig met instappen.

Ik zet mijn reis voort langs rijstvelden, tempels en mooie steden. In de smalle straatjes krioelt het van enthousiaste verkooplieden. Ik snap steeds beter waarom mensen zoveel houden van dit land.

Toch klopt er iets niet. Die stem op de achtergrond. Die ruis om me heen die niet meer past bij het straatbeeld. De plotselinge stilstand. Ik schrik ervan. Ik ben wakker. Ik zie de lege ruimte om me heen. Ik zie de conducteur die me ongeduldig aankijkt. Ik moet er uit. De trein is leeg.

Ik kijk nog even goed naar mezelf. De kattenkopjes bedekken mijn benen weer. Echter, het strakke shirtje zie ik nergens terug. Ik zie een buik. De buik waar kleine Archibald in zwemt. Misschien droomde hij wel met me mee. Misschien waren we samen op reis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *