Zeg maar dag met je katje!

Mijn vriend en ik hebben de neiging onze katten aan te spreken als personen. Soms worden we ons er pijnlijk van bewust dat uitspraken als “Even serieus, niet doen…” niet werken. Verder dan een verwaande blik terug, brengt het ons niet.

Het harig duo in huis lijkt goed te weten wat wel en niet mag, maar heeft geen moeite met het subtiel verleggen van grenzen.
Onze katten mogen bijvoorbeeld niet op tafel wanneer wij eten. Dat weten ze. Toch ontstond afgelopen week deze situatie toen Pip de tafel betrad. “Hé jongen, hoe gaat het?” Gevolgd door een aai over de bol. Gevolgd door het besef: nee, dit mag niet! Gevolgd door de liefkozende woorden: “Ehm Pip, dit is niet oké!”

Als Zola, het voormalig asielslachtoffer, voor de zoveelste keer die dag niest, beantwoorden we haar voor de zoveelste keer die dag met: “Gezondheid!” Uiteraard is Zola ontzettend zielig en kwetsbaar door haar verleden en dat weet ze. Ze moet zich vooral op haar gemak voelen, dus als voor haar een ontspannen nachtrust betekent dat ze zich languit moet spreiden over mijn hoofd, dan zij het zo. Zola is altijd letterlijk ‘in your face’ maar ze verdient het uiteraard zo enorm.
Pip daarentegen is veel meer op zichzelf, dus áls hij dan een keer bij je komt is het onmogelijk hem af te wijzen. Met als gevolg dat ik weleens een extra dekentje voor mezelf heb gepakt, omdat Pip zo lekker lag te slapen op mijn deel van het dekbed.

Ja, onze katten hebben zo hun privileges.

Wat zij echter niet weten, is dat daar binnenkort verandering in komt. Ze zullen hun terrein moeten gaan delen met een ander klein schepsel. Op hoofden slapen is dan ineens niet meer zo praktisch en met je harige lompe lichaam tegen mijn gezicht aan bonken zal ook op aangepaste momenten moeten gebeuren. Gaat dat wel goed komen? Hoe voorkomen we dat de katten stress ondervinden? Ik heb inmiddels zoveel rampverhalen gehoord en gelezen over katten die niet om konden gaan met deze verandering, hier zelfs ziek van werden en in sommige gevallen een nieuw huis moesten vinden. Gelukkig hebben we daarvoor internet. Op diverse websites staat omschreven hoe je een kat kan voorbereiden op de komst van een baby. Ik begon met het lezen van een stappenplan.

Stap 1: laat je kat wennen aan het nieuwe geluid. Laat af en toe babygeluidjes horen (YouTube) en kijk hoe je kat reageert. Bouw dit langzaam op en beloon je kat bij positief resultaat. Babygeluidjes kunnen erg intimiderend zijn voor katten, omdat het overeenkomsten vertoont met kattengejank

Resultaat Zola: niet onder de indruk.
Resultaat Pip: tilt voorzichtig zijn hoofd op en werpt me een geïrriteerde blik toe. Je ziet toch dat ik probeer te slapen?

Oké, dit gaat de goede kant op.

Stap 2: gebruik zelf al regelmatig de babyverzorgingsproducten, zodat de kat kan wennen aan de nieuwe geurtjes.

Resultaat: ‘nieuwe’ geurtjes hè…. Oké, ik schaam me er niet voor: die olie van Zwitsal gebruikte ik al dagelijks. Niks nieuws dus!

Stap 3: haal de kattenspullen uit de toekomstige babykamer. Laat de kat wennen aan het feit dat dit niet meer tot het vaste terrein behoort. Geef de kat voldoende nieuwe veilige plekjes in huis.

Resultaat: appeltje eitje. We gaan verhuizen.

Nou, dit wordt haast te makkelijk. Of niet?

Stap 4: laat je kat nu al merken dat hij/zij straks minder aandacht gaat krijgen. Bouw het contact langzaam wat af.

Resultaat: mijn katten zonder directe aanleiding links laten liggen? Geen optie. Punt.

En daar strandde mijn project. Uiteraard zullen we zorgen voor een prettige leefomgeving voor ons verwend duo. Natuurlijk zullen we er alles aan doen om ze op een positieve manier aan de baby te laten wennen. We zullen er zeker voor zorgen dat ook zij aandacht blijven krijgen. En verder, zullen we allemaal moeten wennen aan de nieuwe situatie, dus onze kleine prins en prinses ook.

Zwanger en fit

Er zijn dus voldoende cursussen, workshops en voorlichtingsavonden waar zwangere vrouwen zich voor op kunnen geven. Enige tijd terug had ik al gezien dat de sportschool het programma ‘zwanger en fit’ aanbood, maar ik durfde er vooralsnog niks mee te doen. Hoe dik moest je zijn voor je aan zoiets meedeed? Kom je dan in een groep en moet je je dan voorstellen met: “Hallo, ik ben Katja, 29 jaar oud en ik ben zwanger”? Wat hield zo’n les in? Zou het zweverig zijn? Zou je écht aan het sporten zijn? Of is het meer een praatgroepje? Uiteraard kon ik antwoord krijgen op mijn vragen door ze te stellen bij de balie, maar daar had ik het lef niet voor. Daar zou iedere sporter die zijn healthy-muscle-balance-smoothie dronk, horen dat ik zwanger ben. Ik stuurde een mail.

Want ik wilde weer niet zó’n zwangere zijn. Met zwangere vrouwen bij elkaar komen en samen elkaars kwaaltjes en onzekerheden bespreken. Samen puffen en praten over de periode van poepluiers en borstvoeding. Ik kwam erachter dat er zelfs cursussen zijn om te leren borstvoeding te geven. Helemaal niet verkeerd voor wie dat leuk en praktisch vindt, maar het past niet bij mij. Paniek! Ik wilde dit allemaal niet. Maar wat als ik er spijt van zou krijgen? Niet zou weten hoe ik moet puffen als het nodig is?

Het staat nog te ver van me af. Ik besef nog onvoldoende dat die baby er een keer uit moet. Er is de periode voor de bevalling en de periode erna. Daartussenin zit een zwart gat. En het lijkt me prima als dat nog even zo blijft.

Maar goed, dan ben je zwanger en je wilt fit blijven. Die groepsles bleef door m’n hoofd spoken. Inmiddels was ik naar aanleiding van mijn mail van harte uitgenodigd om een keer deel te nemen. Dus ik ging.

Spierpijn! Vier dagen lang had ik moeite met het op en af lopen van de trap. Squats kende ik voorheen slechts bij naam. Nu heb ik ze gevoeld. Écht gevoeld. En het voelde goed! Zwanger en fit bleek een fitnessprogramma te zijn dat was samengesteld uit oefeningen die je als zwangere vrouw mag uitvoeren en die ook na de bevalling een positief effect op je lichaam kunnen hebben.

En ja, nog steeds zeg ik liever “ik ga even sporten” dan dat ik zeg “ik ga vandaag naar zwanger en fit”, maar dat maakt niet uit. Het was een hoge drempel om te trotseren, die kleiner werd naarmate ik er langer op stond.