Die was er. De eerste twee dagen na zijn geboorte gierde de adrenaline door m’n lijf. De kleine was oogverblindend. Alles was prachtig aan hem. Die kleine fijne voetjes. Die mooie ranke vingertjes. Zijn ogenschijnlijke glimlach. Zelfs zijn gehuil was mooi en dat mocht de hele wereld zien en horen. Zoveel mogelijk mensen konden onze zoon komen bewonderen in zo kort mogelijke tijd, want hij was zo speciaal. Alles was nog onwerkelijk. De jongeman die naast me lag zou de rest van ons leven deel uitmaken van ons gezin. Uren kon ik naar hem staren en elk trekje van zijn gezicht bewonderen en het belang van nachtrust, dat werd echt overschat.

Maar ook roze wolken trekken voorbij. Hoewel de kraamverzorgster erop bleef hameren ’s middags uurtjes slaap te pakken, was het moeilijk daaraan toe te geven. Want in die eerste week was alles zo speciaal, moest er nog zoveel geleerd worden en mocht de kleine man geen seconde huilen zonder gehoord te worden.

Over kraamverzorgster gesproken. Iets wat me vreselijk leek. Iemand de hele dag in huis. Iemand die waarschijnlijk de was volgens het verkeerde programma zou wassen en die de kopjes verkeerd in mijn aanrechtkastje zou zetten. Iemand die de controle zou hebben over MIJN huishouden. Natuurlijk vond ik dat lastig en toch genoot ik een week lang van haar aanwezigheid. Mijn eigen huis voelde als een hotel met ontbijt op bed, een wekservice en elke dag schone lakens. Zelfs de fruithapjes waren geweldig. Elk gezinslid, inclusief de katten, werd door haar met liefde verzorgd.

Een week na zijn geboorte sloegen de onzekerheid en de vermoeidheid toe. Waarom moest de kleine jongen de hele nacht huilen? Wat deed ik verkeerd? Wat had hij nodig? Waarom daalt mijn energieniveau ineens zo snel? Regeldagen? Krampjes? Een overvloed aan voeding? Wat moet ik daarmee doen?!
Wekenlang leek elke dag een ‘regeldag’. Zo’n dag waarop je baby net iets meer van je nodig heeft dan op andere dagen. Gelukkig konden we er nog om lachen en als het tegenzat zeiden we: “Jaja, echt een roze wolk. Hij zal wel een regeldag hebben. Ach, en na een maand of vier wordt het allemaal makkelijker schijnt!”

Op internet was te lezen wat je allemaal voor je baby kon doen en ook wat je vooral niet moest doen. Fopspenen waren uit den boze. Voeding afkolven mocht pas na 4 à 5 weken. Inbakeren mocht echt niet langer dan een bepaald aantal uur per dag. Structuur geeft je baby rust en laat hem vooral niet door te veel handen gaan.
Een bezoek aan een lactatiekundige gaf handvatten, maar ook extra onzekerheid. Nog meer dingen die niet goed voor je baby zijn. Heeft je kind last van reflux? Meteen contact opnemen met een arts!
En dat laatste was de redding. De meest praktische huisarts ooit: laat alles wat je leest langs je heen gaan en volg je gevoel. En dat deden we.

Natuurlijk zouden er nog genoeg slapeloze nachten volgen, zouden we vol frustratie en machteloosheid naar het gekrijs van onze zoon luisteren, maar het gevoel dat we het écht fout zouden doen, verdween op dat moment.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *