Vooroordelen

Daar ben ik zeker mee bekend. Mijn eerste indruk moet ik regelmatig bijstellen. Van mezelf vind ik dat ik over degelijke mensenkennis beschik, maar misschien moet ik mensen soms net iets beter leren kennen voor ik mijn conclusies trek. Komt dat doordat anderen zich anders voordoen dan ze zijn? Nee, waarschijnlijk niet. Waarschijnlijk betreft het pure onzekerheid van mijn kant.

Vooroordelen heb ik niet alleen over individuen die ik ontmoet, maar ook over ‘zwangere vrouwen’. Dé zwangere vrouw voldoet aan álle onderstaande kenmerken:

  1. Ze is ouder dan ik.
  2. Ze bevindt zich niet in mijn directe omgeving.
  3. Ze heeft geen passies of ambities meer (lees: hét kind bepaalt haar leven).
  4. Ze leidt een saai eentonig leven met haar misschien nog wel saaiere partner.
  5. Ze woont in een rijtjeshuis in een Vinex wijk, puur uit praktische overwegingen.
  6. Ze heeft geen vrienden meer nodig (ze heeft immers partner en kind).
  7. Ze heeft drie dagbestedingen: het huishouden runnen, boodschappen doen en over haar buik wrijven.
  8. Ze heeft geen oog meer voor haar partner, want zodra hij thuiskomt is zij moe en wil naar bed.
  9. Ze heeft drie gespreksonderwerpen: haar zwangerschapskwaaltjes, alle dingen die ze momenteel niet kan en mag en ‘de baby’.
  10. Ze verliest alle reislust die ze misschien ooit bezat aan het ideale plaatje: die veilige camping in Zuid-Frankrijk waar je jaarlijks enkele weken naartoe kan verhuizen.

Het schijnt dat deze opsomming puur gebaseerd is op vooroordelen die misschien deels zijn ontstaan uit angst om zelf ooit moeder te worden, me te binden en mezelf te verliezen.

Dat deze lijst in strijd is met de realiteit staat als een paal boven water. Dat blijkt alleen al uit het feit dat ik wel degelijk jonge moeders in mijn directe omgeving heb en dat ik hen daarnaast ook nog eens zeer waardeer.

Dat er zelfs niks mis hoeft te zijn met veel van bovengenoemde kenmerken, wil ik ook graag benadrukken.

Tot voor kort leefde de zojuist omschreven toekomstige moeder sterk in mijn hoofd. Dit was ook de vrouw die mee zou doen aan een sport als ‘zwanger en fit’. Dat mijn sceptische blik na de eerste les direct was bijgesteld mag bekend zijn, maar dat ik me echt verbonden zou voelen met de groep had ik nooit verwacht. Sterker nog, vorige week wond ik me op om de negatieve houding van een nieuwe cursiste. Deze vrouw vroeg aan mij naar de inhoud van de les. Dus mijn enthousiaste reactie was: “Het is fitness waarbij de oefeningen zijn aangepast op het zwangere lichaam en daarnaast is het heel erg gezellig!” Gezellig? Ze voelde niet de behoefte om in ‘zo’n vrouwengroepje’ terecht te komen.  Daarnaast wilde ze vooral intensief kunnen sporten. Vóór aanvang van de les was ze eigenlijk al tot de conclusie gekomen dat deze softe manier van sporten niks voor haar was. Mijn gedachten bleven steken bij: ‘zo’n vrouwengroepje’. Dat waren we helemaal niet. We zijn jong, fit, zwanger en willen blijven bewegen en daarvoor motiveren we elkaar tijdens de les. Natuurlijk is het ontzettend praktisch dat we daarnaast ook nog ervaringen kunnen uitwisselen en elkaar van tips kunnen voorzien. Ik hoorde mezelf denken. Was dit niet precies zo’n groepje waar ik zelf altijd voor vreesde? Het enige verschil tussen haar en mij was dat zij het uitsprak in ons bijzijn.

Natuurlijk zijn we zo’n groepje vrouwen… Tijdens de les praten we over onze ervaringen van de afgelopen week. We helpen elkaar bij de oefeningen die we allemaal direct vergeten nadat de docent ze heeft uitgelegd (zwangerschapsdementie?). Na de les praten we onder het genot van een kopje thee over de verloskamers in het ziekenhuis en de mogelijkheden met betrekking tot kinderopvang. Ik weet inmiddels precies naar welk kinderdagverblijf kleine Archibald straks móet, omdat ze daar zo’n leuk biologisch moestuintje hebben. Dit is immers wat we delen en waar we eigenlijk stiekem allemaal graag over praten. Ik weet door deze mensen welke huidolie voor baby’s niet geparfumeerd is, welke homeopathische middeltjes verkrijgbaar zijn tegen buikkrampjes, waar je op let tijdens het uitzoeken van een kinderwagen en waar de luiers vaak in de aanbieding zijn.

Gedurende die les en tijdens dat drankje naderhand hebben we eindelijk de mogelijkheid om onbeperkt over ‘babydingen’ te praten zonder dat we ons bezwaard voelen ten opzichte van de persoon die tegenover ons zit.

Zeg maar dag met je katje!

Mijn vriend en ik hebben de neiging onze katten aan te spreken als personen. Soms worden we ons er pijnlijk van bewust dat uitspraken als “Even serieus, niet doen…” niet werken. Verder dan een verwaande blik terug, brengt het ons niet.

Het harig duo in huis lijkt goed te weten wat wel en niet mag, maar heeft geen moeite met het subtiel verleggen van grenzen.
Onze katten mogen bijvoorbeeld niet op tafel wanneer wij eten. Dat weten ze. Toch ontstond afgelopen week deze situatie toen Pip de tafel betrad. “Hé jongen, hoe gaat het?” Gevolgd door een aai over de bol. Gevolgd door het besef: nee, dit mag niet! Gevolgd door de liefkozende woorden: “Ehm Pip, dit is niet oké!”

Als Zola, het voormalig asielslachtoffer, voor de zoveelste keer die dag niest, beantwoorden we haar voor de zoveelste keer die dag met: “Gezondheid!” Uiteraard is Zola ontzettend zielig en kwetsbaar door haar verleden en dat weet ze. Ze moet zich vooral op haar gemak voelen, dus als voor haar een ontspannen nachtrust betekent dat ze zich languit moet spreiden over mijn hoofd, dan zij het zo. Zola is altijd letterlijk ‘in your face’ maar ze verdient het uiteraard zo enorm.
Pip daarentegen is veel meer op zichzelf, dus áls hij dan een keer bij je komt is het onmogelijk hem af te wijzen. Met als gevolg dat ik weleens een extra dekentje voor mezelf heb gepakt, omdat Pip zo lekker lag te slapen op mijn deel van het dekbed.

Ja, onze katten hebben zo hun privileges.

Wat zij echter niet weten, is dat daar binnenkort verandering in komt. Ze zullen hun terrein moeten gaan delen met een ander klein schepsel. Op hoofden slapen is dan ineens niet meer zo praktisch en met je harige lompe lichaam tegen mijn gezicht aan bonken zal ook op aangepaste momenten moeten gebeuren. Gaat dat wel goed komen? Hoe voorkomen we dat de katten stress ondervinden? Ik heb inmiddels zoveel rampverhalen gehoord en gelezen over katten die niet om konden gaan met deze verandering, hier zelfs ziek van werden en in sommige gevallen een nieuw huis moesten vinden. Gelukkig hebben we daarvoor internet. Op diverse websites staat omschreven hoe je een kat kan voorbereiden op de komst van een baby. Ik begon met het lezen van een stappenplan.

Stap 1: laat je kat wennen aan het nieuwe geluid. Laat af en toe babygeluidjes horen (YouTube) en kijk hoe je kat reageert. Bouw dit langzaam op en beloon je kat bij positief resultaat. Babygeluidjes kunnen erg intimiderend zijn voor katten, omdat het overeenkomsten vertoont met kattengejank

Resultaat Zola: niet onder de indruk.
Resultaat Pip: tilt voorzichtig zijn hoofd op en werpt me een geïrriteerde blik toe. Je ziet toch dat ik probeer te slapen?

Oké, dit gaat de goede kant op.

Stap 2: gebruik zelf al regelmatig de babyverzorgingsproducten, zodat de kat kan wennen aan de nieuwe geurtjes.

Resultaat: ‘nieuwe’ geurtjes hè…. Oké, ik schaam me er niet voor: die olie van Zwitsal gebruikte ik al dagelijks. Niks nieuws dus!

Stap 3: haal de kattenspullen uit de toekomstige babykamer. Laat de kat wennen aan het feit dat dit niet meer tot het vaste terrein behoort. Geef de kat voldoende nieuwe veilige plekjes in huis.

Resultaat: appeltje eitje. We gaan verhuizen.

Nou, dit wordt haast te makkelijk. Of niet?

Stap 4: laat je kat nu al merken dat hij/zij straks minder aandacht gaat krijgen. Bouw het contact langzaam wat af.

Resultaat: mijn katten zonder directe aanleiding links laten liggen? Geen optie. Punt.

En daar strandde mijn project. Uiteraard zullen we zorgen voor een prettige leefomgeving voor ons verwend duo. Natuurlijk zullen we er alles aan doen om ze op een positieve manier aan de baby te laten wennen. We zullen er zeker voor zorgen dat ook zij aandacht blijven krijgen. En verder, zullen we allemaal moeten wennen aan de nieuwe situatie, dus onze kleine prins en prinses ook.

Zwanger en fit

Er zijn dus voldoende cursussen, workshops en voorlichtingsavonden waar zwangere vrouwen zich voor op kunnen geven. Enige tijd terug had ik al gezien dat de sportschool het programma ‘zwanger en fit’ aanbood, maar ik durfde er vooralsnog niks mee te doen. Hoe dik moest je zijn voor je aan zoiets meedeed? Kom je dan in een groep en moet je je dan voorstellen met: “Hallo, ik ben Katja, 29 jaar oud en ik ben zwanger”? Wat hield zo’n les in? Zou het zweverig zijn? Zou je écht aan het sporten zijn? Of is het meer een praatgroepje? Uiteraard kon ik antwoord krijgen op mijn vragen door ze te stellen bij de balie, maar daar had ik het lef niet voor. Daar zou iedere sporter die zijn healthy-muscle-balance-smoothie dronk, horen dat ik zwanger ben. Ik stuurde een mail.

Want ik wilde weer niet zó’n zwangere zijn. Met zwangere vrouwen bij elkaar komen en samen elkaars kwaaltjes en onzekerheden bespreken. Samen puffen en praten over de periode van poepluiers en borstvoeding. Ik kwam erachter dat er zelfs cursussen zijn om te leren borstvoeding te geven. Helemaal niet verkeerd voor wie dat leuk en praktisch vindt, maar het past niet bij mij. Paniek! Ik wilde dit allemaal niet. Maar wat als ik er spijt van zou krijgen? Niet zou weten hoe ik moet puffen als het nodig is?

Het staat nog te ver van me af. Ik besef nog onvoldoende dat die baby er een keer uit moet. Er is de periode voor de bevalling en de periode erna. Daartussenin zit een zwart gat. En het lijkt me prima als dat nog even zo blijft.

Maar goed, dan ben je zwanger en je wilt fit blijven. Die groepsles bleef door m’n hoofd spoken. Inmiddels was ik naar aanleiding van mijn mail van harte uitgenodigd om een keer deel te nemen. Dus ik ging.

Spierpijn! Vier dagen lang had ik moeite met het op en af lopen van de trap. Squats kende ik voorheen slechts bij naam. Nu heb ik ze gevoeld. Écht gevoeld. En het voelde goed! Zwanger en fit bleek een fitnessprogramma te zijn dat was samengesteld uit oefeningen die je als zwangere vrouw mag uitvoeren en die ook na de bevalling een positief effect op je lichaam kunnen hebben.

En ja, nog steeds zeg ik liever “ik ga even sporten” dan dat ik zeg “ik ga vandaag naar zwanger en fit”, maar dat maakt niet uit. Het was een hoge drempel om te trotseren, die kleiner werd naarmate ik er langer op stond.

En dan word je dus moeder

Toen ik erachter kwam dat er een kindje op komst was had ik slechts twee keer in m’n leven een baby vastgehouden. Allebei de keren hield ik het kindje krampachtig vast gedurende vijf minuten, om vervolgens toe te kijken hoe de mensen naast mij in alle rust zich ontfermden over het kleine kwetsbare schepsel. Hoe konden zij niet bang zijn dat ze het kapot zouden maken?

Ik droom ’s nachts van kleine Archibald die ik een dag vergeten ben te voeden. Verschrompeld ligt hij naast zijn bedje. Want ja, ik was ook vergeten hem van de commode naar het wiegje te verplaatsen. Zijn hoofdje heeft een vreemde afwijking naar rechts en ik probeer het voorzichtig terug te duwen. Misschien als ik hem nu gauw fatsoeneer en van voedsel voorzie, hoeft niemand hierachter te komen. Na eindeloze pogingen om het kindje te redden schrik ik in paniek wakker.

Dit schijnt normaal te zijn. De hormonen gieren door je lijf, alles is nieuw en je bent onzeker en bang dat je nooit een goede moeder gaat zijn.

Het voelt nog zo onwerkelijk. Soms probeer ik mezelf voor te stellen als moeder. Mijn kind zal nooit rondlopen met een vieze neus of etensresten in zijn gezicht. Hij mag niet springen op de bank. Hij slaapt in zijn eigen kamertje en ruimt zijn speelgoed netjes op.

Als kind was ik ontzettend gestructureerd. Mijn poppen lagen altijd met gekamde haartjes netjes op een rijtje en ik kon precies zien wanneer iemand aan mijn speelgoed had gezeten. Ik herinner me nog dat traumatische moment toen ik in het weekend bij mijn vader kwam. Mijn klei. Altijd prachtig gesorteerd op kleur in de originele plasticzakjes. Mijn klei lag als een grote, bruine, vieze klont in het bakje. Mijn vriendinnetje was hier geweest toen ik er niet was. Ik kon wel huilen en misschien deed ik dat ook.

Dus stelde mijn vriend de terechte vraag: “Hartstikke leuk dat jíj zo ontzettend netjes was als kind, maar was jij echt zoveel gelukkiger?”

Doe mij maar alcoholvrij…

Ik drink niet meer, althans geen alcohol. Het voelt onwennig, ik voel me de eeuwige BOB. Aanvankelijk was het geen probleem. Die geur van bier, de gedachte alleen al, maakte me misselijk. Als dit gevoel de hele zwangerschap zou voortduren, zou ik gezegend zijn. Appeltje eitje, wie heeft er nou drank nodig.

Maar die eerste keer, dat ik in de kroeg stond en de Paulaner van iemand anders vasthield. Ik stond niet voor mezelf in. Mijn vriendin moest hem uit m’n hand trekken.

Eerder die avond begon het al met die extreme verbazing bij mijn vrienden. Ze wisten het nog niet. Geen bier? Jij? Is er iets aan de hand? Ik sta niet bekend als alcoholist, althans daar ga ik vanuit, maar een biertje of wijntje sla ik niet snel af. De vraag was niet of ik bier zou drinken die avond, maar welk bier het zou worden. Wat moest ik zeggen? “Ik.. ik ben de BOB vanavond!” “Oh, ben je weer verhuisd dan?” “Eehm nee, ik eeh, ik slik antibiotica!”

Op een avond belandde ik bij een wijnbar. “Heeft u misschien ook iets zonder alcohol?” Die verbaasde blik. Ik zag haar denken: wat doe je hier? “Eehm, ja… eehm we zijn een wijnbar… Maar wacht…! We hebben tonic!” Dan maar tonic met een kaasplankje. Oh, die geur van al die kaasjes, daar was ik niet op voorbereid. Ook al geen exotische kaasjes meer? Dit moest wel een verdomd leuk kind gaan worden.

Nu drink ik virgin mojito’s. Ik heb nog steeds moeite met die naam. Wat maakt een mojito virgin? In Amerika staat alcohol virginity voor jongeren onder de 21 die nog nooit alcohol hebben gedronken. Dat snap ik nog. Maar is deze mojito virgin, omdat deze nog nooit alcohol heeft gedronken? Of mag deze mojito alleen gedronken worden door virgins? Ik moet spontaan denken aan een van mijn favoriete series: Jane the virgin. Echt een drankje voor haar!

Wel of geen virgin, de cocktails smaken prima en geven me een beter gevoel dan die eeuwige glazen cola. En ja, zelfs daar schijn je weer mee uit te moeten kijken.

Na een lange zoektocht heb ik ook geschikte alcoholvrije wijn gevonden en wist de Irish Pub me te verrassen met een alcoholvrije Beck’s. Ik weet niet of deze zo lekker smaakte door mijn enorme drang naar een biertje, dat lompe glas en dat laagje schuim, of dat ik daadwerkelijk een goeie ontdekking had gedaan. Hoe dan ook, ik heb ervan genoten.